Een Brit heeft een verlaten eiland van de Seychellen teruggewonnen. Hij zag af van een groot fortuin en koos voor milieubehoud.
Een Britse burger heeft decennialang een verlaten eiland in de Seychellen-archipel omgevormd tot een herstelde natuurlijke omgeving, waar bedreigde diersoorten in vrijheid leven. Het gaat om Brendon Grimshaw, die Île Moyenne in 1962 kocht en lucratieve financiële aanbiedingen afsloeg om het ecologisch evenwicht van het gebied te behouden.
Gedurende bijna 40 jaar heeft Grimshaw een proces van ecologisch herstel gestimuleerd dat gericht was op herbebossing met inheemse soorten, het herstel van de lokale fauna en het afzien van elk model van intensieve toeristische exploitatie. Hij kon rekenen op de medewerking van René Antoine Lafortune, met wie hij een op handarbeid gebaseerde methode voor natuurbehoud ontwikkelde.

Het eiland had een aangetast landschap, met geërodeerde bodems en schaarse vegetatie. Grimshaw zag een kans op herstel. Samen met Lafortune legde hij paden aan en plantte hij duizenden inheemse bomen. Er werden meer dan 16.000 exemplaren geplant, waardoor de bodemkwaliteit verbeterde, de vochtigheid toenam en de geleidelijke terugkeer van de fauna werd bevorderd.
Van woestenij tot toevluchtsoord
De herintroductie van dieren vond plaats zonder hekken of omheiningen. Een van de mijlpalen van het project was de komst van reuzenschildpadden afkomstig uit de Seychellen, een soort die ernstig met uitsterven wordt bedreigd. Andere soorten keerden op natuurlijke wijze terug en droegen zo bij aan de wederopbouw van de ecologische keten zonder directe interventie.

Île Moyenne heeft zich gevestigd als een open en vrij toegankelijk reservaat. Specialisten op het gebied van milieubehoud noemen dit project een voorbeeld van ecologische regeneratie die is bereikt zonder staatssteun of bedrijfssponsoring, en als een bewijs dat het herstel van de habitat en de vermindering van de menselijke aanwezigheid essentieel kunnen zijn voor het herstel van ecosystemen.
