Ga naar de inhoud

Archeologen staan versteld: deze Keltische gouden munten lagen 2300 jaar lang verborgen onder water

Iets eenvoudigs als munten kan het lot van een land veranderen, waardoor het onderzoek ervan voor historici van essentieel belang is. Archeologen hebben nu reden tot vreugde na de vondst van twee Keltische munten in Zwitserland.

Volgens Archaeology Baselland ontdekten twee vrijwilligers, Wolfgang Niederberger en Daniel Mona, bij toeval twee Keltische gouden munten tijdens prospectiewerkzaamheden in een bosrijk en vochtig gebied in de buurt van het Bärenfels-moeras, in de gemeente Arisdorf.

Het meest ongelooflijke is dat de gouden munten meer dan 2300 jaar onder water verborgen waren gebleven. Het gaat om een complete stater en een kwart stater, twee uiterst zeldzame munten.

Archeologen vinden twee Keltische munten onder water

De vondst deed zich voor tijdens een vervolgonderzoek dat werd gestart na de vondst in 2023 van een schat bestaande uit 34 zilveren munten in hetzelfde gebied van Bärenfels.

In het voorjaar van 2025 keerden Niederberger en Mona samen met andere vrijwilligers terug naar de locatie om de omgeving grondiger te onderzoeken. De verrassing kwam toen twee gouden munten uit de modder tevoorschijn kwamen.

Volgens Archaeology Baselland dateren de munten uit het midden en de tweede helft van de 3e eeuw v.Chr. en maken ze deel uit van een groep van iets meer dan 20 exemplaren in heel Zwitserland.

Een van de munten weegt 7,8 gram, terwijl de andere amper 1,86 gram weegt. Beide zijn in uitzonderlijk goede staat bewaard gebleven, waardoor hun motieven en oorsprong duidelijk konden worden geïdentificeerd.

Met deze ontdekking hebben archeologen bevestigd dat het moeras van Bärenfels van groot historisch belang is. In de Keltische tijd diende het niet alleen om schatten te verzamelen, maar ook als plaats voor rituele praktijken.

De vondst van enkele munten ontrafelt het verband tussen de Keltische cultuur en de Grieken

De oorsprong van deze munten houdt rechtstreeks verband met de Griekse wereld. Onderzoek wijst uit dat de introductie van het gebruik van munten in Centraal-Europa te danken was aan de Keltische huurlingen die aan het einde van de 4e eeuw v.Chr. in Griekenland vochten.

Daar werden ze betaald in geslagen munten, die ze vervolgens mee naar huis namen. Vanaf het midden van de 3e eeuw v.Chr. begonnen de Kelten hun eigen gouden munten te slaan.

Maar dat deden ze door de staters van koning Filips II van Macedonië, de vader van Alexander de Grote, te imiteren. De in Arisdorf ontdekte munten zijn een reproductie van deze modellen: op de voorzijde staat de god Apollo afgebeeld en op de achterzijde een door twee paarden getrokken wagen.

De Keltische ambachtslieden pasten deze ontwerpen echter aan hun eigen iconografie aan. Zo voegden ze elementen toe zoals de triskele, een drievoudige spiraal die kenmerkend is voor hun kunst, wat hun vermogen om de mediterrane esthetiek te herinterpreteren aantoont.

De ontdekking van een Keltische schat verrast archeologen: het motief is ritueel

Een andere verrassende ontdekking is dat deskundigen hebben uitgesloten dat deze munten in het dagelijks handelsverkeer werden gebruikt. Ze hadden een zeer hoge waarde en waren daarom voorbehouden voor speciale doeleinden.

Sommige historici brengen ze bijvoorbeeld in verband met diplomatieke geschenken, politieke beloningen of zelfs huwelijksschatten. Toch wijst de plek waar ze zijn gevonden op een andere theorie.

De overstroomde dolines van het moeras van Bärenfels vormden een ruimte die door de oude Kelten als heilig werd beschouwd. Op deze plaatsen was het gebruikelijk om waardevolle voorwerpen neer te leggen als offers aan de goden.

Deze rituele praktijk is zelfs gedocumenteerd in talrijke archeologische bronnen in Centraal-Europa en komt ook voor op andere soortgelijke locaties.